Oud iemand: "Wat een taalverarming hè, dat er steeds meer engelse woorden worden gebruikt..."
Bijdetijds iemand: "Vraag. Is het volgende zinnetje -even los van de idiote betekenis- dan wèl correct nederlands: 'Ik heb mijn vork in het toilet gedeponeerd, maar sowieso is het de vraag of ik hem überhaupt wel schoon krijg zonder chemisch te reinigen en nou heb ik mijn ego gekwetst'?"
Oud iemand: "Sja... het slaat natuurlijk nergens op maar zie je wel: het kan dus best wel zonder engels!"
Bijdetijds iemand: "'Vork' is een verbastering van fourquet. Da's frans dus. 'Gedeponeerd': van het franse déponer. 'Toilet': frans. 'Sowieso' is, net als 'überhaupt', uit het duits overgenomen. 'Chemisch' komt via het woord 'alchemie' uit het arabisch. 'Ego' is latijn. What the fuck is er dan mis met een beetje engels erbij?"
95% kans dat de persoon die steevast anderen ervan wil overtuigen dat iets ongezond is zelf vaak ziek is of iets onder de leden heeft terwijl jij nooit ergens last van hebt; 99,8% kans dat het bovendien gewoon een vervelende neuzelaar is waar je sowieso al niet naar zou luisteren.
We zeggen dat we op tijd zijn, of niet op tijd zijn. We zijn te laat, te vroeg, precies op tijd. We noemen de ochtend 'de ochtend' en de avond 'de avond', alsof het om heel iets anders zou gaan.
Maar 'tijd' is neutraal en alomtegenwoordig: het is altijd een 'nu'.
We verblinden onszelf door overal kleur aan te geven.
Een zwarte schimmel. Vloeibaar ijs. Een politicus die het over normen en waarden heeft. Een vierkant rondje. Zich als 'witte Nederlander' manifesteren en dan klagen over polarisatie.